EU verkent toelating Amerikaanse vliegtuigbrandstof Jet A
Door de oorlog in het Midden-Oosten en de feitelijke sluiting van de Straat van Hormuz dreigt voor de Europese luchtvaart een tekort aan kerosine. Vóór de crisis liep ongeveer 20 procent van de in Europa verbruikte vliegtuigbrandstof via de Golf, en leverde het Midden-Oosten circa 40 procent van de Europese jet fuel-import (AFP).
Het tekort drijft de prijzen op — meer dan een verdubbeling sinds februari — en dwingt luchtvaartmaatschappijen vluchten te schrappen of stoelcapaciteit te verkleinen. Lufthansa heeft zo’n 20.000 korte-afstandsvluchten uit de zomerdienstregeling gehaald, en het Verenigd Koninkrijk schorste tijdelijk de “use-it-or-lose-it”-regel voor luchthavenslots (Euronews).
De Europese Commissie en het Europees Agentschap voor de Veiligheid van de Luchtvaart (EASA) onderzoeken nu of de Amerikaanse standaardbrandstof Jet A tijdelijk in Europa mag worden gebruikt. Jet A wijkt op één belangrijk punt af van het in Europa gebruikelijke Jet A-1: een hoger vriespunt (−40 °C tegenover −47 °C), wat op lange-afstandsroutes en grote vlieghoogtes operationeel relevant is. Beperkte bijmenging is al toegestaan; bredere toelating zou tijdelijke ontheffingen vergen, mogelijk al deze zomer (AFP; Aviation Week).
EASA zou op vrijdag 7 mei 2026 aanbevelingen publiceren over de voorwaarden waaronder Jet A in Europa kan worden ingezet. Tegelijk werkt de Commissie aan ondersteunende maatregelen rond slot-allocatie, vlootbelading en het onderling delen van strategische voorraden tussen lidstaten.
