Duits arrest (OLG) Verbod op provisiedoorgave aan reisbemiddelaars is nietig.
Mag een reisorganisator binnen een gesloten agentuurovereenkomst verbieden dat zijn tussenpersoon een deel van de provisie als korting, punten of cashback aan de eindklant doorgeeft ?
Voor distributiepartners luidt het antwoord allicht: nee. In ieder geval naar Duitse jurisprudentie. Het Oberlandesgericht Düsseldorf bevestigde op 13 mei 2026 dat zo’n verbod m.b.t. een “onechte” handelsagent in strijd is met het kartelrecht. De uitspraak raakt iedere onderneming die met agentuur-, distributie- of bemiddelingsovereenkomsten werkt — ook buiten de reisbranche.
De zaak in het kort
Een cruisemaatschappij had met een reisdienstverlener (de bemiddelaar) een meerjarige agentuurovereenkomst. Daarin stond dat de bemiddelaar zonder toestemming geen kortingen, prijsreducties of andere geldelijke voordelen aan klanten mocht doorgeven bij het bemiddelen van de cruises. Toch gebruikte de bemiddelaar de ontvangen provisie om dit soort kortingen aan haar klanten aan te bieden via tegoedbonnen en bonuspunten. De Cruise-maatschappij zegde daarop in 2018 de overeenkomst op.
Bemiddelaar was het daar niet mee eens De bemiddelaar stapte naar de rechter. Het Landgericht Düsseldorf (Rechtbank eerste aanleg) oordeelde eerder al dat de opzegging nietig was en dat de overeenkomst — zónder het ongeoorloofde verbod op kortingen uit de provisie — in ieder geval bleef voortbestaan. En gaf aan dat de Cruise-maatschappij in beginsel aan te spreken zou zijn op schadevergoeding.
Waarom het verbod sneuvelde: “echte” versus “onechte” handelsagent
De kern van de uitspraak in hoger beroep (Ober Landes Gericht, OLG) draait om de kwalificatie van de tussenpersoon. Het kartelrecht (Mededingingswet) behandelt een echte handelsagent — die volledig in de organisatie van de principaal is geïntegreerd en geen zelfstandig economisch risico draagt — als een verlengstuk van de principaal. Verticale afspraken met zo’n agent vallen daardoor in beginsel buiten het kartelverbod, en een verbod op het doorgeven van een deel van de vergoeding kan dan toelaatbaar zijn.
Het OLG kwalificeerde de bemiddelaar hier echter als onechte handelsagent: het betrof nml. een zelfstandige onderneming die onafhankelijk opereert, niet in de organisatie van de principaal is ingebed en reizen van talrijke aanbieders bemiddelt. Voor zo’n zelfstandige partij geldt het kartelverbod. Een — direct of indirect — verbod om provisie aan de eindklant door te geven, is dan kartelrechtelijk (mededingingsrechtelijk) nietig, omdat het de prijsconcurrentie tussen bemiddelaars kunstmatig beperkt. Het gaat economisch om een vorm van verticale prijsbinding.
De juridische grondslag: schending van artikel 101 lid 1 VWEU en § 1 GWB (het Duitse kartelverbod) — bepalingen die hun directe equivalent kennen in het Nederlandse mededingingsrecht (artikel 6 Mededingingswet).
De zaak is nog niet definitief: het OLG liet cassatie (Revision) bij het Bundesgerichtshof niet toe, maar de cruisemaatschappij kan binnen een maand na betekening beroep tegen die niet-toelating instellen. In het Nederlands; cassatie kunnen instellen.
Bron
De volledige feiten en motivering vind je bij het Oberlandesgericht Düsseldorf: Kreuzfahrtunternehmen darf Provisionsweitergabe nicht verbieten (NRW-Justiz). Vindplaats: OLG Düsseldorf, 6. Kartellsenat, arrest van 13 mei 2026, zaaknr. VI-6 U 5/24 (Kart); eerste aanleg LG Düsseldorf, vonnis van 10 oktober 2024, zaaknr. 14d O 14/22.
